Rhodia Maas, directeur-generaal van de IND, Joeri Kapteijns, bestuursvoorzitter van het COA en Simone Steendijk, algemeen directeur van DTenV

‘We moeten beter uitleggen wat er gebeurt in de asielketen’

Bestuurders asielketen over samenwerking nu en in de toekomst

Een overleg tussen de bestuurders van de kleine asielketen is zo geregeld: in ongeveer twintig flinke passen loop je, op dezelfde Haagse kantoorgang, langs hun werkkamers. De redactie van Mens en Migratie legde die route af, om te spreken met de directeur-generaal van de IND, de bestuursvoorzitter van het COA en de algemeen directeur van DTenV. Ze kijken vooruit naar de uitdagingen in 2026 en spreken over de samenwerking van nu en in de toekomst. ‘Als er een incident is, dan schieten we samen te hulp.’ 

Rhodia Maas (DG IND) haakt haar handen in elkaar om te laten zien hoe de ketenpartners als schakels aan elkaar verbonden zijn. Verandert er ergens iets in die keten, dan werkt dat hoe dan ook door in de andere organisaties. ‘Als wij sneller gaan beslissen op asielaanvragen bijvoorbeeld, dan ontstaat er ruimte in de opvang en moet DTenV sneller aan de slag met het vertrek van de mensen die geen verblijf krijgen.’

In de media lezen we toch vooral over de wachttijden die steeds verder oplopen. Welke gevolgen heeft dat voor de kleine keten?

‘Het beslistempo van de IND heeft invloed op de rest van de keten, net als eigenlijk alle andere ontwikkelingen en keuzes die je maakt’, zegt Joeri Kapteijns, waarnemend bestuursvoorzitter van het COA. ‘Hoe langer mensen wachten op een besluit, hoe drukker het wordt in de asielopvang. Maar er speelt op dat vlak natuurlijk nog veel meer mee. Statushouders blijven bijvoorbeeld steeds langer in de opvang omdat er te weinig woningen zijn. Er zijn dus veel meer factoren die de druk op de opvang beïnvloeden. Een sneller besluit van de IND en een sneller vertrek met hulp van DTenV - bij een afwijzing - zouden het COA natuurlijk wel enorm helpen. En dat helpt natuurlijk de bewoners ook, door de lange wachttijden staan mensen letterlijk en figuurlijk stil. Dat is niet goed voor hun welzijn en integratie.’ 

Rhodia: ‘De IND doet er alles aan om slimmer en efficiënter te werken en zo sneller te gaan beslissen. Als het goed is, merken het COA en DTenV de effecten van die inspanningen. En, veel belangrijker, de aanvragers ook. Want zij zitten te lang in onzekerheid, met alle gevolgen van dien.’

Beeld: © IND / Dominique Krouwer

Rhodia Maas in gesprek met JongIND

Simone Steendijk, algemeen directeur van DTenV: ‘Het werk verplaatst zich uiteindelijk naar ons want wij zitten aan het einde van de keten. Als er iets verandert, moet dat snel besproken worden zodat we daar rekening mee kunnen houden. Een voorbeeld? In 2025 werd vertrek van Syriërs weer mogelijk omdat het regime van Assad was gevallen. Tot nu toe gaat dat om vrijwillig vertrek van ongeveer duizend mensen die zichzelf melden. Sommigen zitten nog in de procedure, anderen hebben een terugkeerbesluit en weer anderen hebben al een verblijfsstatus die ze, als ze terugkeren, moeten afstaan. We bekijken dan samen met de IND en het COA: hoe organiseren we dat?’

2026 is een bijzonder jaar voor jullie. Wat staat er allemaal te gebeuren? En wat zijn de grootste uitdagingen?

Rhodia: ‘De dag dat het Europese asiel- en migratiepact van kracht wordt, staat met hoofdletters in onze agenda: 12 juni 2026. Het pact en de nieuwe asielwetten hebben enorm veel invloed op ons werk, we staan aan de vooravond van de meest ingrijpende wijzigingen in het asielstelsel in de afgelopen dertig jaar. We werken er keihard aan om ons hierop voor te bereiden, daar gaan we dit jaar mee verder. Ook op het terrein van regulier verblijf, dus de mensen die naar Nederland komen voor studie, werk of gezinshereniging, en naturalisatie zitten we totaal niet stil. Ook daar wordt continu gewerkt aan betere en efficiëntere dienstverlening.’

Joeri: ‘Het migratiepact heeft ook gevolgen voor het COA. We moeten bijvoorbeeld een nieuwe vorm van opvang organiseren: de opvang van Dublinclaimanten voor wie een strenger regime gaat gelden (aanvragers die terug moeten naar het land waar zij Europa zijn binnengekomen – red). Maar los van het pact staan we voor een andere grote opgave: voldoende duurzame, structurele opvangplekken realiseren. We hebben nu veel noodopvang en daardoor moeten onze bewoners veel te vaak verhuizen. Die noodopvang is ook veel duurder dan reguliere opvang. Het is dus geen structurele oplossing, zeker niet als mensen steeds langer in de opvang blijven.’

Simone: ‘Met het pact moet de opvolger van de Dublinverordening, de Asiel- en Migratiebeheerverordening, beter gaan werken. Daar zijn we heel blij mee. Het maakt meer Dublinoverdrachten mogelijk. Maar er zijn ook zorgen als het gaat om de uitvoering van het pact: alle lidstaten moeten meedoen, want anders heb je kans op een maas in de buitengrens. Het pact staat of valt bij de screening en grensprocedures in de lidstaten aan de buitengrenzen van de EU. De geopolitieke ontwikkelingen houden we sowieso scherp in de gaten. Onze internationale afdeling staat klaar om met landen te onderhandelen als terugkeer eventueel mogelijk wordt, zoals vorig jaar het geval was met Syrië. Zonder de IND en andere partijen krijgen we dat niet geregeld. Ambassades moeten bijvoorbeeld meewerken aan het verstrekken van reisdocumenten.’

Hoe verloopt de samenwerking tussen de IND, het COA en DTenV? Hoe trekken de diensten samen op in de dagelijkse praktijk?

Joeri: ‘Of het nou gaat om het migratiepact of nieuwe wetsvoorstellen, het is belangrijk dat we elkaar weten te vinden. En dat doen we. Op de werkvloer, in Ter Apel bijvoorbeeld waar alle diensten zijn, wordt volop samengewerkt. Als ik op locatie ben, ben ik altijd enorm onder de indruk van de inzet van onze collega’s in de keten. De manier waarop we ons werk uitvoeren, we zijn er echt voor de bewoners.’

Beeld: © IND

Joeri Kapteijns, bestuursvoorzitter COA

Rhodia: ‘Het calamiteitenteam vind ik een mooi voorbeeld van onze samenwerking. Als er een incident is, dan schieten we samen te hulp. De grenzen van onze diensten doen er dan niet meer toe, daar ben ik erg trots op. Inmiddels weten we ook goed hoe we elkaars’ kennis en ervaring kunnen benutten. De IND neemt bijvoorbeeld voor de hele keten het voortouw bij de uitvoeringstoetsen van nieuwe wetten, bij DTenV is dan weer veel expertise als het gaat om de subsidierelatie met de EU in Brussel.’

Simone: ‘In de aanpak van overlast trekken we veel samen op, vooral in Ter Apel en Budel. Heel mooi om te zien, en belangrijk, want overlastgevers verpesten het voor de rest. Hun aanvragen moeten, vinden we, versneld afgehandeld worden zodat ze niet langer dan nodig in de opvang zitten. We willen bijvoorbeeld ook meer gebruikmaken van de vrijheidsbeperkende locaties. Maar dat lukt nog niet altijd goed dus er is nog werk aan de winkel.’

En als jullie verder kijken dan het huidige jaar, wat zijn dan jullie wensen voor de asielketen van de toekomst?

Simone: ‘We zouden heel graag de aanvragers die een kleine kans op een verblijfsvergunning hebben, bij elkaar brengen in een paar opvanglocaties. De regievoerders van DTenV kunnen dan meer werk verzetten, alleen al omdat het veel reistijd scheelt en je makkelijker afspraken kunt plannen. Maar we zijn ook realistisch, zo’n model kan tot meer overlast leiden dus het zal niet makkelijk zijn om deze opvanglocaties te regelen. Gemeenten staan daar, heel begrijpelijk, niet om te springen. Een andere doelstelling: transparanter worden en beter uitleggen wat er gebeurt in de keten. Wat dat betreft is het heel mooi dat we in Mens en migratie een kijkje in de keuken van de migratieketen kunnen geven.’

Beeld: © IND

Simone Steendijk, algemeen directeur DTenV

Joeri: ‘Als het aan mij ligt, zetten we de bewoners veel meer centraal. We verplaatsen mensen nu door het hele land. Soms voor de procedure, soms omdat een opvanglocatie sluit. Al die verhuizingen hebben veel impact op onze bewoners, in VreemdelingenVisie stond daar eerder al een verhaal over. Het is mijn wens dat er in de toekomst stabiliteit in de opvang is. Met reguliere, langjarige azc’s waar mensen hun hele procedure kunnen volgen en ze op één plek kunnen blijven. Dat gaat veel van de ketenpartners vragen want het werk moet dan anders georganiseerd worden.’

Rhodia: ‘Dat wij als ketenpartners, samen blijven optrekken. Dat heeft echt effect, bijvoorbeeld richting de politiek. Het COA en de IND spraken op dag één van de formatie over de uitvoerbaarheid van migratiebeleid. Dat is echt wel eens anders geweest. Sowieso heeft de nieuwe coalitie duidelijk oog voor de uitvoerbaarheid van hun plannen. Daar zijn we heel blij mee want in de uitvoering wordt beleid in de praktijk gebracht en daar moet je dus goed naar luisteren.’

Aanmelden Mens en Migratie

Wil je de Mens en Migratie voortaan in je mailbox ontvangen? Meld je dan aan bij de redactie en je krijgt een bericht als er een nieuwe editie is gepubliceerd.