
Van opvang naar onderdak
Landelijke uitrol van de Dublinonderdaklocaties
Met de inwerkingtreding van het Europese asiel- en migratiepact veranderen de rechten van Dublinclaimanten. Een Dublinclaimant is een asielzoeker die in Nederland bescherming zoekt, terwijl volgens de Dublinverordening een andere Europese lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Vanaf 12 juni 2026 hebben Dublinclaimanten na het overdrachtsbesluit geen recht meer op opvang. Wel moeten ze, in afwachting van hun overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat, ergens kunnen verblijven. Het COA gaat hen onderdak bieden in zogenaamde Dublinonderdaklocaties (dol), die onderdeel zijn van bestaande azc’s. Beleidsadviseur Olivier Sprée (COA) werkt sinds een jaar aan de voorbereiding van deze uitdagende operatie. We vroegen hem wat de bedoeling is en hoe het ervoor staat.
Met het Europese asiel- en migratiepact (hierna: het pact) komen er nieuwe Europese regels voor de opvang en begeleiding van asielzoekers. Het pact regelt onder meer dat Dublinclaimanten, met uitzondering van kinderen en sommige kwetsbare groepen, na het overdrachtsbesluit alleen nog recht hebben op onderdak en een aantal basisvoorzieningen. Ter voorbereiding op de nieuwe situatie wordt op twee opvanglocaties al proefgedraaid met een dol en is een intensieve samenwerking met de ketenpartners ontstaan.
In hoeverre is een sober regime op een dol een effectief instrument voor succesvolle overdrachten? En hoe voorkom je dat het recht op humane opvang haaks staat op de druk om asielzoekers tot vertrek te dwingen?
‘Op dit moment weten we dat eigenlijk nog niet precies. Wat we wel zien in de pilots in Gouda en Enschede is dat de Dublinclaimant op locatie beter in beeld is door een dagelijkse inhuisregistratie die we hebben ingevoerd. Niet alleen biedt ons dat meer zicht op het daadwerkelijk gebruik van de opvangplek, het helpt de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) ook om hun taken goed uit te kunnen voeren in het overdrachtsproces. Daarnaast krijgen Dublinclaimanten in de dol straks onder het pact ook minder weekgeld en mogelijk een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Het signaal dat wordt afgegeven is dat het niet aantrekkelijk is om door te reizen naar Nederland. Over de mate van vrijheidsbeperking lopen nog gesprekken tussen het ministerie en de betrokken uitvoeringsorganisaties. In algemene zin ondersteunen we dit zolang het bijdraagt aan een snellere procedure en het beperken van overlast voor de medebewoners, medewerkers en de omgeving van onze locaties. Wel blijven we als COA het belang van de uitvoerbaarheid van voorgestelde maatregelen benadrukken.’
Wat betekent het Migratiepact voor de samenwerking tussen ketenpartners? En wat zijn de eerste resultaten van de pilots die zijn opgestart?
‘De invoering van het pact is een uitdaging, maar biedt ook volop kansen om het beter te organiseren. We komen van een situatie dat Dublinclaimanten in een paar honderd locaties verspreid door het land worden opgevangen. Dat leidt ertoe dat de overdracht vaak niet binnen de wettelijke termijn lukt, met als gevolg dat Nederland uiteindelijk verantwoordelijk wordt voor een asielzoeker die eigenlijk in een andere lidstaat de procedure moet doorlopen. Dat is een extra belasting voor de Nederlandse asielketen. En zeker ook voor het COA, gezien de huidige druk op de opvangcapaciteit. Daarom zijn we vorig jaar met DTenV, de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DVenO) gestart met de pilot in Gouda, en onlangs in Enschede, waar Dublinclaimanten gecentraliseerd worden opgevangen. Door fysieke aanwezigheid en dagelijks contact op locatie tussen COA en DTenV zijn de lijnen kort en kan er snel afgestemd worden. Ook bevordert de dol de samenwerking met AVIM en DVenO. Deze concentratie van uitvoering maakt het mogelijk om flexibel te anticiperen op wat er op een bepaald moment nodig is. Daar valt of staat een overdracht, waarin strikte termijnen gelden, vaak mee.
In de pilots zien we dat de centrale aanpak leidt tot een afname van Dublinclaimanten die de Nederlandse asielprocedure instromen wegens overschrijding van de overdrachtstermijn. Dat is een positieve uitkomst die vooral is toe te schrijven aan een betere samenwerking tussen ketenpartners.’
Beeld: © COA
‘Het azc in Gouda, een van de locaties waar de pilot draait’
Welke lessen neemt het COA mee in de doorontwikkeling van de dol? En wanneer kunnen we straks spreken van een succes?
‘De pilots maken duidelijk dat de intensieve samenwerking, in combinatie met vaker melden, ervoor zorgt dat de Dublinclaimant beter in beeld is en taken goed kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast is ook de wijze waarop de dol praktisch is ingericht belangrijk voor de effectiviteit van het overdrachtsproces en de veiligheid op locatie. Waar precies op het azc komt een dol? Hoe zit het met looproutes, spreekkamers en meldbalies? We doen relevante ervaring op. Aan de hand van verschillende criteria hebben we nu in de vier regio’s in totaal zo’n twintig locaties in beeld waar een dol ontwikkeld kan worden. Dat doen we in nauw overleg met het departement, ketenpartners en de betreffende gemeenten. Onze nieuwe aanpak is een stuk effectiever, maar dit brengt mogelijk met zich mee dat Dublinclaimanten er eerder voor kiezen om te vertrekken met onbekende bestemming. Of het uiteindelijk voorkomt dat asielzoekers door Europa rondreizen gaan we zien. We zijn blij met de mogelijkheden die het pact biedt, maar de praktijk zal uitwijzen of alle doelstellingen gehaald worden.’
Aanmelden Mens en Migratie
Wil je de Mens en Migratie voortaan in je mailbox ontvangen? Meld je dan aan bij de redactie en je krijgt een bericht als er een nieuwe editie is gepubliceerd.